Banner warvictims.fgov.be

Wetteksten


MINISTERIE VAN WEDEROPBOUW.

1 september 1948.- WET houdende inrichting van het statuut van de weerstanders door de sluikpers

KAREL, Prins van België,
Regent van het Koninkrijk, Koning Leopold III, door 's vijands toedoen, zich in de onmogelijkheid bevindende om te regeren,

Aan allen tegenwoordigen en toekomenden, HEIL.

De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt:

HOOFDSTUK I. - Weerstanders door de sluikpers.

Eerste artikel.

Worden als "Weerstanders door de Sluikpers" erkend: de Belgen, die, tussen 1 juni 1940 en 4 juni 1944, op onbelangloze wijze, in de schoot van een organisatie, en derwijze dat de duur van die bedrijvigheid behoudens uitzonderingsomstandigheden, meer dan zes maanden heeft geduurd door het opstellen, het drukken, het opslaan, het stelselmatig vervoer en verspreiden van publicaties die tot de categorie der persorganen behoren, aan de vaderlandlievende weerstand tegen de vijand hebben deelgenomen, en dit onder voorwaarden die van aard waren dat ze hen aan weerwraakmaatregel en vanwege de vijand blootstelden.

Kunnen eveneens als "weerstanders door de Sluikpers" erkend worden: de personen wier bedrijvigheid op dit gebied tussen 1 juni 1940 en 4 juni 1944, uitsluitend gericht was op publicaties, die niet tot de categorie der persorganen behoren : tracts, plakbrieven, communiqué's, enz., voor zover zij kunnen bewijzen, dat deze bedrijvigheid de rechtstreekse oorzaak geweest is van een streng optreden te hunnen nadele vanwege de vijand of van personen die zijn politiek dienden.

Artikel 2.

Worden van het voordeel van deze wet uitgesloten :

1° De personen, die na 31 october 1940, wegens misdaden of wanbedrijven tegen de uitwendige of inwendige veiligheid van de Staat veroordeeld worden;

2° De personen, die krachtens de beschikkingen van de besluitwet van 19 september 1945 of van de wet van 14 juni 1948 op de epuratie in zake burgertrouw definitief van hun burgerlijke en politieke rechten vervallen verklaard werden en de personen die krachtens de wet van 30 juli 1934 en de besluitwet van 20 juni 1945, van de Belgische nationaliteit vervallen verklaard worden.

De aanvragen ingediend door de personen ten laste van wie uit hoofde van een der bovenvermelde redenen vervolgingen worden ingespannen, zullen niet behandeld worden zolang de bevoegde overheid geen definitieve beslissing heeft genomen;

3° De personen, die wegens collaboratie met de vijand in het buitenland veroordeeld werden ;

4° De personen die vrijwillig voor Duitsland of zijn geallieerden gewerkt hebben.

Artikel 3.

Zullen van het voordeel van deze wet kunnen uitgesloten worden :

1° de personen, die tot een criminele of correctionele straf veroordeeld werdcn uit hoofde van diefstal, heling, misbruik van vertrouwen, oplichting, valsheid, gebruik van valsheid, valse getuigenis, verleiding van getuigen of deskundigen, bankroet, landloperij, bedelarij of uit hoofde van de misdrijven voorzien bij titel I van boek II evenals bij artikelen 372 tot 382 van het Wetboek van Strafrecht of bij de wet van 22 maart 1940 betreffende de verdediging der nationale instellingen of bij de besluitwet van 10 april 1941 betreffende het verbod van economische betrekkingen met de vijand;

2° de personen, die door hun gedragingen en hun houding tegenover de vijand aan hun plichten te kort zijn geschoten.

Artikel 4.

Worden met de Belgen gelijkgesteld en voor de toepassing van deze wet als weerstanders door de Sluikpers beschouwd : de vreemdelingen en de vaderlandlozen, voor zover zij hun bedrijvigheid van weerstander in België hebben uitgeoefend en zij het genot van deze wet niet kunnen bekomen, krachtens internationale akkoorden of gelijkaardige voordelen die zij op grond van hun nationale wetgeving zouden kunnen verkrijgen.

HOOFDSTUK II. - Rechten en voordelen van de weerstanders door de sluikpers en van hun rechthebbenden.

Artikel 5.

Voor het genot van de voordelen, voorzien bij artikel 6 en 7 wordt de deelname aan de weerstand door de Sluikpers met een actieve militaire dienst gelijkgesteld.

Artikel 6.

Aan de Weerstanders door de Sluikpers kunnen ten militairen titel eervolle onderscheidingen toegekend worden. De eretekens na overlijden toegekend aan Weerstanders door de Sluikpers mogen - voorzien van een onderscheidingsteken - worden gedragen door de weduwe of, bij gebreke van weduwe, door hun moeder of, bij gebreke van hun moeder, door hun vader.

Artikel 7.

1. - De tijd die in de weerstand door de Sluikpers werd doorgebracht, wordt als diensttijd in de oorlogsvoet gebrachte legers beschouwd voor het eventueel berekenen van een militair pensioen voor dienstouderdom, van een rustpensioen ten laste van de Staat of van gelijk welk ander pensioen voor hetwelk de diensttijd, die door de militairen in de op oorlogsvoet gebrachte legers werd vervuld, kan in aanmerking genomen worden;

2.- a) Wat de beroepsofficieren, - onderofficieren, -korporaals en -soldaten betreft, zal voor hun bevordering in het leger met hun dienst in de Sluikpers rekening gehouden worden ;

b) Wat betreft de reserveofficieren, reserve-onder-officieren en militairen van lagere rang, niet-beroepsmilitairen, zal hun werkelijk lidmaatschap van de Sluikpers hun rechten geven die gelijk zijn aan die welke voortvloeien uit de wederoproeping onder de wapens in oorlogstijd, met uitzondering van de soldij.

Samenvoeging van de voordelen is niet toegelaten.

Artikel 8.

Onder de voorwaarden voorzien bij de wet van 26 augustus 1947 op de vergoedingspensioenen, kunnen de weerstanders door de Sluikpers en hun rechthebbenden op de vergoedingspensioenon aanspraak maken.

Artikel 9.

De krachtens de wetten op de sociale verzekering verschuldige bijdragen worden beschouwd als zijnde door de weerstanders door de Sluikpers gestort in de loop van de periode die in de weerstand door de Sluikpers werd doorgebracht en van de periode die zij, wegens hun weerstandactiviteit in de Sluikpers, in de illegaliteit moesten doorbrengen.

De uitgaven die uit de toepassing van deze beschikking voortvloeien, vallen ten laste van de Staat.

De commissies voorzien bij hoofdstuk IV zullen de diensten als lid van de Sluikpers vaststellen alsmede de duur van de periode die wegens de weerstandsactiviteit in de sluikpers in de illegaliteit doorgebracht werd.

Artikel 10.

De materiële schade die persoonlijk door de weerstanders door de Sluikpers of door hun bloedverwanten werd geleden als rechtstreeks gevolg van hun activiteit in de Sluikpers en ten gevolge van maatregelen die door de vijand of door personen die de politiek of de inzichten van de vijand dienden, werden genomen, zal op basis van de wet op de militaire opeisingen, vergoed worden.

Artikel 11.

De rechthebbenden van overleden of verdwenen weerstanders door de Sluikpers kunnen in de plaats van hun rechtsvoorganger een aanvraag indienen.

Worden in dit opzicht als rechthebbenden beschouwd al de personen die kunnen bewijzen dat zij bij de erkenning, in hoofde van hun rechtsvoorganger, van de hoedanigheid van weerstander door de Sluikpers een geldelijk belang hebben.

HOOFDSTUK III. - Algemene bepalingen.

Artikel 12.

Het zich onwettig toeeigenen van de titel van weerstander door de Sluikpers wordt gestraft overeenkomstig art.228 van het Wetboek van Strafrecht.

Artikel 13.

De personen, die na de tenuitvoerlegging van deze wet wegens misdaad of wanbedrijf van gemeen recht zouden gestraft worden, zullen van het recht op het dragen van eretekens en op het genot van de voordelen bij deze wet toegekend, vervallen verklaard worden. In dit laatste geval zal het verval slechts uitgesproken worden, indien de opgelegde straf meer dan twee jaar gevangenisstraf bedraagt.

Het verval bedoeld bij de voorgaande alinea, wordt bij het vonnis en arrest van veroordeling uitgesproken. Het mag niet meer dan tien jaar bedragen, wanneer het op correctionele veroordeelden toegepast wordt.

HOOFDSTUK IV. - Erkenningscommissies voor weerstanders door de Sluikpers en hun bevoegdheid.

Artikel 14.

Bij koninklijk besluit zullen Contrôlecommissies ingesteld worden, belast met het verifiëren van de nodige voorwaarden voor de erkenning van de titel van weerstanders door de Sluikpers. Het bewijs kan geleverd worden met alle rechtsmiddelen.

Artikel 15.

Iedere van deze commissies zal een of meer kamers omvatten. Elke kamer zal samengesteld zijn uit vijf leden benoemd door de Minister van Wederopbouw, waaronder een voorzitter, een lid op de voordracht van de Minister van Landsverdediging en twee leden gekozen op een drievoudige lijst voorgedragen door de verenigingen, federaties of verbonden bij koninklijk besluit als groepering van weerstanders door do Sluikpers erkend.

De voorzitter zal worden gekozen onder de werkende, plaatsvervangende of ere-magistraten. Er zullen plaatsvervangende leden kunnen benoemd worden.

Artikel 16.

Behalve in geval van overmacht moeten de aanvragen bij ter post aangetekende omslag ingediend worden en geadresseerd aan de Minister van Wederopbouw, ten laatste één jaar na de bekendmaking van deze wet.

Artikel 17.

Een koninklijk besluit zal de verklaringen of documenten bepalen die voor de samenstelling van de dossiers der door de wet begunstigden nodig zijn. De bevoegdheid van de Commissies, hun procedureregelen, alsmede hun werking zullen eveneens bij koninklijk besluit worden vastgesteld.

Artikel 18.

Er zal een commissie van beroep ingesteld worden, die te Brussel zal zetelen. Elke kamer er van zal worden samengesteld uit vijf leden benoemd door de Minister van Wederopbouw, waaronder een voorzitter, een lid op de voordracht van de Minister van Landsverdediging en twee leden gekozen op een drievoudige lijst voorgedragen door de verenigingen, federaties of verbonden bij koninklijk besluit als groepering van weerstanders door de Sluikpers erkend.

De voorzitter zal worden gekozen onder de werkende plaatsvervangende of ere-magistraten. Er zullen plaatsvervangende leden kunnen benoemd worden.

Artikel 19.

Elke beslissing zal kunnen herzien worden wanneer ze als vergissing wordt erkend of wanneer nieuwe elementen worden voorgelegd die de herziening rechtvaardigen.

Artikel 20.

Het 2° van artikel 1 der besluitwet van 24 december 1946 houdende inrichting van het Statuut der burgerlijke weerstanders en werkweigeraars wordt ingetrokken.

Kondigen de tegenwoordige wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel bekleed en door het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt worde.

Gegeven te Brussel, den 1sten september 1948.

CHARLES.

Vanwege de Regent:
De Minister van Wederopbouw,
R.DE MAN.

Gezien en met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie,
P.STRUYE.


Copyright © 2008 Belgische Federale Overheidsdiensten | Disclaimer