Banner warvictims.fgov.be

Wetteksten


5 FEBRUARI 1947. - Wet dragende het statuut van de buitenlanders politieke gevangenen.

KAREL, Prins van België, Regent van het Koninkrijk,
Koning Leopold III, door 's vijands toedoen, zich in de onmogelijkheid bevindende om te regeeren,
Aan allen, tegenwoordigen en toekomenden, HEIL.

De kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt :

Artikel 1.

De vreemdelingen en vaderlandloozen die, in België, tijdens de bezetting van 's lands grondgebied, een onbaatzuchtige, vaderlandlievende bedrijvigheid ontplooiden, gericht tegen den vijand of tegen personen die zijn politiek of zijn doeleinden dienden, kunnen de beschikkingen van de wet genieten, die het statuut der politieke gevangenen en hun rechthebbenden regelt, onder dezelfde voorwaarden, voor zoover zij krachtens internationale verdragen niet reeds het voordeel genieten van voornoemd statuut of van gelijkaardige voordelen als die welke het verleent, krachtens hun nationale wetgeving.

Art. 2.

De vreemdelingen en de vaderlandloozen, wien de hoedanigheid van politiek gevangene werd toegekend, kunnen den staat van Belg verkrijgen door keuze, overeenkomstig artikelen 6, 7, 8, 9 en 10, van het Koninklijk besluit van 14 December 1932, houdende samenordening van de wetten op de nationaliteit, zonder dat de bij artikel 8, 1°, voorziene verblijfsvoorwaarden op hen toepasselijk zijn.

De vreemdelingen en de vaderloozen wien de hoedanigheid van politiek gevangene werd toegekend, kunnen den staat van Belg verkrijgen door de gewone naturalisatie, overeenkomstig artikelen 13, 14, 15, 16 en 17 van het Koninklijk besluit van 14 December 1932, zonder dat de bij artikel 13, 2°, voorziene verblijfsvoorwaarden op hen toepasselijk zijn.

De vreemdelingen en de vaderlandloozen wien de hoedanigheid van politiek gevangene werd toegekend, kunnen den staat van Belg verkrijgen door de Staatsnaturalisatie overeenkomstig artikel 12, van het koninklijk besluit van 14 December 1932, indien zij, sedert minstens tien jaar, hun gewone verblijfplaats in België of in de Kolonie hebben. Nochtans wordt die termijn tot vijf jaar verminderd voor den vreemdeling, die gehuwd is met een vrouw, Belg door geboorte, of die weduwnaar of uit den echt gescheiden is van een vrouw, Belg door geboorte, bij welke hij één of meer nakomelingen heeft, alsmede voor de vrouw van vreemde afkomst, die met een Belg gehuwd is.

De in dit artikel bedoelde keuzen en naturalisaties zijn vrijgesteld van het registratierecht. De onkosten veroorzaakt door het onderzoek van die aanvragen vallen ten laste van den Staat.

Art. 3.

Bij wijziging van het Koninklijk besluit van 31 Maart 1936, nr. 285, artikel 8, par. I, aangaande het aanwenden van buitenlandsche werkkrachten, mag de toelating om in België te werken niet geweigerd worden aan de vreemdelingen wien de hoedanigheid van politiek gevangene krachtens deze wet werd erkend.

Art. 4.

Speciale erkenningscommissies voor de vreemdelingen politieke gevangenen, vervullen, voor hen, de functies voorzien bij artikel 33, van de wet, die het statuut der politieke gevangenen en van hun rechthebbenden regelt.

Deze commissies gaan, daarenboven, na of de belanghebbenden, tijdens de bezetting van 's lands grondgebied, een onbaatzuchtige, vaderlandlievende bedrijvigheid ontplooiden gericht tegen den vijand of tegen personen die zijn politiek of zijn doeleinden dienden.

Er wordt eveneens een commissie van beroep opgericht.

Art. 5.

Een koninklijk besluit, overlegd in Ministerraad, stelt de samenstelling vast van deze erkennings- en beroepscommissies, legt de procedureregels vast en bepaalt hun territoriale bevoegdheid.

Art. 6.

De Minister van Wederopbouw wordt belast met de uitvoering van deze wet, die van kracht wordt op den dag waarop zij in het Belgisch Staatsblad is bekend gemaakt.

Kondigen de tegenwoordige wet af, bevelen dat zij met 's lands zegel bekleed en door het Staatsblad bekend gemaakt worde.

Gegeven te Brussel, den 5den Februari 1947

KAREL,

Vanwege den Regent :
De Minister van Wederopbouw,
Jean TERFVE.

Gezien en met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie,
A. LILAR.


Copyright © 2008 Belgische Federale Overheidsdiensten | Disclaimer